Werkwijze

Door te praten en te luisteren begrijpen wij elkaar. In het dagelijks leven is het spreken onmisbaar. Om te spreken moeten wij ademen, gebruiken wij onze stembanden, keel, neus, kaken, tong en lippen. Om te kunnen spreken moeten wij ook kunnen horen, denken en begrijpen. Spreken is dus een ingewikkeld proces. Stoornissen daarin worden door de logopedist behandeld in samenwerking met huisarts, specialist of tandarts.
Maar logopedie is meer dan spraakles, omdat niet alleen spraakstoornissen zoals slissen, stotteren of slikken worden behandeld. Voor alle problemen die met spreken en verstaan te maken hebben, kunt u bij de logopedist terecht.

Logopedie houdt zich dus bezig met communicatie in de ruimste zin van het woord. Maar wat doet de logopedist?

Logopedisten houden zich bezig met allerlei stoornissen op het gebied van communicatie. Goed communiceren is een middel om contact te maken met andere mensen en om informatie uit te wisselen. Door communicatiestoornissen kunnen beperkingen optreden in het sociaal-emotioneel functioneren (contact maken en uiten/verwerken van gevoelens) en in het opnemen en verwerken van informatie met als mogelijk gevolg leerstoornissen.

Logopedie kent vier behandelgebieden: taalstemspraak, en gehoor. De grenzen van deze gebieden zijn ruim getrokken, want ook de voorwaarden voor een goede stem, spraak, taal of gehoor vallen hieronder. Daarnaast behandelen logopedisten aanverwante stoornissen zoals slik- of ademhalingsstoornissen. Hierdoor kunnen de logopedische behandelgebieden die van andere hulpverleners overlappen. De logopedist werkt vaak samen met de huisarts, school, schoolarts, (kinder)fysiotherapeut en/of specialist.

Niet alleen taal, spraak, stem of gehoor zijn bepalend voor het welslagen van de communicatie. Zo kunnen bijvoorbeeld een verstandelijke handicap of aan autisme verwante stoornissen de communicatie negatief beïnvloeden. Ook hier kan de logopediste een helpende hand bieden bij de signalering en doorverwijzing.

De logopedist biedt therapie en advies aan mensen die problemen ondervinden bij het communiceren.
Deze problemen worden onderverdeeld in aandachtsgebieden. Deze zijn:

De logopedist houdt zich niet alleen bezig met het oplossen van problemen, maar kan bijv. ook mensen begeleiden die regelmatig moeten presenteren. Daarom werken er logopedisten in bedrijven, aan toneelscholen, conservatoria en op lerarenopleidingen.

En de logopedist houdt zich, als deskundige op het gebied van de spraak- en taalontwikkeling, ook bezig met preventie en voorlichting zoals op scholen en in jeugdgezondheidszorginstellingen.

Spraakontwikkeling

Spraak is volgens het woordenboek: het vermogen tot spreken.
Binnen de logopedie heeft spraak te maken met de besturing van de spieren voor het spreken en met de uitspraak van klanken.
Wanneer iemand problemen heeft met de spraak is deze soms slecht of niet verstaanbaar voor zijn omgeving.

Taalontwikkeling

Taal zorgt ervoor dat wij met elkaar contact kunnen hebben, onze gedachten en gevoelens kenbaar kunnen maken en duidelijk kunnen maken wat we willen en denken.
Voor ieder mens, jong of oud, is taal van groot belang. Taal zorgt ervoor dat wij de enige levende wezens op aarde zijn die hiermee kunnen communiceren.
Wanneer iemand problemen heeft met taal staat dit een goede communicatie in de weg.

Logopedie & M.S.

MS is een ziekte van het centrale zenuwstelsel. De hersenzenuwen worden aangetast door MS en de locatie van de aandoening bepaalt het beeld van de ziekte. De verschijnselen kunnen uiteenlopend zijn. De ziekte kenmerkt zich door sprongs-gewijze verslechteringen. De leeftijd waarop deze ziekte ontstaat is tussen de 15-50 jaar.

Beginnend stotteren

Wat is stotteren? Stotteren is onvloeiend spreken. Dit kan bestaan uit: het herhalen van klanken, lettergrepen, woorden of zinsdelen; blokkeren op een klank en het vermijden van woorden of spreeksituaties. Soms is er een duidelijke verstoring van de adem te horen.

Afwijkende mondgewoonten

Afwijkende mondgewoonten zijn gewoonten die negatieve gevolgen hebben voor de gebitsstand, uitspraak en het gehoor. Afwijkende mondgewoonten zijn: mondademen, verkeerd slikken en duim-, speen en vingerzuigen. Deze gewoonten kunnen het gevolg van elkaar zijn of elkaar in stand houden.